1. Je beroep
Verzekeraars delen beroepen in risicoklassen in. Kantoorwerk valt in de laagste klasse, fysiek zwaar werk zoals bouw, installatie of schoonmaak in de hoogste. Het verschil kan oplopen tot een factor drie bij hetzelfde inkomen. Omschrijf je werkzaamheden in een aanvraag dus nauwkeurig: een te zware omschrijving kost onnodig premie, een te lichte kan bij een claim tegen je werken.
2. Je leeftijd
De premie stijgt met de leeftijd, omdat de kans op langdurige uitval toeneemt. Wie op jonge leeftijd een AOV afsluit, betaalt niet alleen minder, maar heeft ook vaak een schonere gezondheidsverklaring en dus minder kans op uitsluitingen.
3. Het verzekerde bedrag
Je verzekert meestal 70 tot 90 procent van je gemiddelde inkomen over de afgelopen jaren. De premie stijgt evenredig mee. Reken uit wat je minimaal nodig hebt voor je vaste lasten en privé-uitgaven, en verzeker dat bedrag in plaats van automatisch het maximum.
4. De wachttijd
Hoe langer je de eerste periode zelf overbrugt, hoe lager de premie. De sprong van één maand naar drie maanden, en van drie maanden naar een jaar, levert telkens een merkbare besparing op. Met de rekenhulp hierboven zie je het effect direct.